De personenbelasting in België – belastingschijven & belastingvrije som
Op een groot deel van je beroepsinkomen betaal je personenbelasting. Die belasting wordt progressief berekend: niet iedere euro wordt op dezelfde manier belast. Het tarief hangt af van het soort inkomen en van hoe hoog je inkomen is. Je betaalt mogelijk tussen de 25 % en 50 % belastingen.
In dit artikel leggen we de basisprincipes helder uit, met de actuele cijfers voor aanslagjaar 2026 en de recente hervormingen uit de Wet diverse bepalingen van 18 december 2025.
1. De belastingschijven – aanslagjaar 2026
België kent vier belastingschijven. Elk deel van je belastbaar inkomen wordt belast aan het tarief dat bij die schijf hoort. Verdien je bijvoorbeeld €35.000? Dan betaal je 25 % op de eerste schijf, 40 % op de tweede schijf, en 45 % op het resterende deel. Je betaalt dus niet 45 % op je volledige inkomen.
Wettelijke basis: art. 130 juncto art. 171 WIB 1992; geïndexeerde bedragen KB 20.01.2026 (BS 30.01.2026)
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | € 0 – € 16.320 | 25 % |
| 2 | € 16.320 – € 28.800 | 40 % |
| 3 | € 28.800 – € 49.840 | 45 % |
| 4 | vanaf € 49.840 | 50 % |
Je belastbaar inkomen bedraagt € 35.000 (aanslagjaar 2026).
Schijf 1: € 16.320 × 25 % = € 4.080
Schijf 2: € 12.480 (€ 28.800 − € 16.320) × 40 % = € 4.992
Schijf 3: € 6.200 (€ 35.000 − € 28.800) × 45 % = € 2.790
Totaal vóór belastingvrije som: € 11.862
Na aftrek van de belastingvermindering op de belastingvrije som (€ 10.910 × 25 % = € 2.727,50) betaal je effectief € 9.134,50 federale personenbelasting. Daar komen nog gemeentelijke opcentiemen bovenop.
2. De belastingvrije som
Iedereen krijgt een deel van zijn inkomen onbelast. Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) bedraagt de belastingvrije basissom € 10.910. Concreet levert dit een belastingvermindering op van € 2.727,50 (namelijk 25 % van € 10.910).
Dit bedrag kan verhoogd worden in functie van je persoonlijke situatie, bijvoorbeeld als je kinderen ten laste hebt.
Wettelijke basis: art. 131 e.v. WIB 1992
| Situatie | Verhoging AJ 2026 |
|---|---|
| Basisbedrag (iedereen) | € 10.910 |
| 1 kind ten laste | + € 1.980 |
| 2 kinderen ten laste | + € 5.110 |
| 3 kinderen ten laste | + € 11.440 |
| 4 kinderen ten laste | + € 18.510 |
| Alleenstaande ouder met kinderen | + € 1.980 |
| Handicap belastingplichtige | + € 1.980 |
De federale regering verhoogt de belastingvrije basissom de komende jaren stapsgewijs: van € 10.910 (AJ 2026) naar € 15.600 in inkomstenjaar 2030. Dit moet de belastingdruk op arbeid verlagen. Let op: voor gepensioneerden en personen met een vervangingsinkomen wordt het voordeel geneutraliseerd via aangepaste belastingverminderingen.
Bron: Wet tot hervorming personenbelasting, 17 december 2025; Liantis nieuwsbericht 2026.
3. Cumul met andere inkomsten
Je beroepsinkomsten worden samengeteld: loon uit een dienstbetrekking, winst als zelfstandige, bezoldiging als bedrijfsleider – alles komt in dezelfde pot. Heb je naast je hoofdberoep ook een bijberoep, dan wordt dat bijkomend inkomen bovenop je bestaande inkomsten belast.
Verdien je al € 40.000 in hoofdberoep? Dan valt het bijberoepsinkomen meteen in de 45 %-schijf (of zelfs de 50 %-schijf). Tel daar de sociale bijdragen bij op, en je houdt vaak minder dan de helft over van je bijverdienste.
Op de winst uit een bijberoep betaal je niet alleen personenbelasting, maar ook sociale bijdragen (circa 20,5 % voor zelfstandigen in bijberoep boven de minimumdrempel). De gecombineerde fiscale en sociale druk kan daardoor oplopen tot meer dan 60 % op de hoogste schijf.
4. Beroepskosten aftrekken
Vóór de belastingschijven worden toegepast, mag je beroepskosten aftrekken van je bruto-inkomen. Je hebt twee opties:
- Forfaitaire beroepskosten – de fiscus trekt automatisch een percentage af van je beroepsinkomen. Voor werknemers bedraagt het maximale forfait in AJ 2026 € 5.520. Dit is de eenvoudigste optie.
- Werkelijke beroepskosten – je bewijst je eigenlijke uitgaven (kantoor, verplaatsingen, materiaal, enz.). Dit loont wanneer je werkelijke kosten hoger liggen dan het forfait.
Daarnaast bestaan er belastingverminderingen (bv. pensioensparen, giften) waarvoor je doorgaans een attest nodig hebt.
Wettelijke basis: art. 49–66 WIB 1992 (beroepskosten); art. 145/1 e.v. WIB 1992 (belastingverminderingen)
5. Voorafbetalingen en bedrijfsvoorheffing
Waarom krijgen sommigen geld terug bij hun belastingafrekening, terwijl anderen moeten bijbetalen? Dat hangt af van wat er al doorheen het jaar is betaald:
- Bedrijfsvoorheffing – je werkgever houdt maandelijks een deel van je brutoloon in en draagt dit rechtstreeks af aan de fiscus. Dit is een voorschot op je definitieve belastingaanslag.
- Voorafbetalingen – als zelfstandige of vennootschap betaal je vrijwillig belastingen vooruit (op vaste kwartaaldata). Doe je dit niet of onvoldoende, dan rekent de fiscus een belastingvermeerdering aan.
De kwartaaldata voor voorafbetalingen zijn: 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. Hoe vroeger je betaalt, hoe groter het voordeel. Bespreek het optimale bedrag met je accountant.
6. Belangrijke wetswijzigingen vanaf AJ 2026
De Wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 (BS 30.12.2025) brengt ingrijpende wijzigingen die al gelden voor aanslagjaar 2026. De voornaamste hervormingen die de personenbelasting raken:
Afgeschaft vanaf AJ 2026
- Federale interestaftrek – interesten op leningen voor niet-eigen woningen (opbrengsteigendommen, tweede verblijven) zijn niet meer aftrekbaar. Dit geldt ook voor lopende kredieten, zonder overgangsregeling.
- Federale woonbonus – volledig afgeschaft. Federaal langetermijnsparen voor kapitaalaflossingen blijft wel mogelijk binnen de bestaande voorwaarden.
- Belastingvermindering voor groene leningen
- Verhoogd kostenforfait verre woon-werkverplaatsingen
- Belastingvermindering rechtsbijstandsverzekering
- Belastingvermindering adoptiekosten
- Belastingvermindering laadstations (contracten 01.09.2021–31.08.2024)
Verlaagd of bevroren
- Giften: belastingvermindering daalt van 45 % naar 30 %.
- Bevriezing indexatie: de grensbedragen voor pensioensparen, werkgeversaandelen, langetermijnsparen en giften worden bevroren op het niveau van AJ 2025, tot en met AJ 2030.
Wettelijke basis: Wet houdende diverse bepalingen van 18.12.2025 (BS 30.12.2025), art. 14.533, art. 1457, art. 1458 WIB 1992
Wie een opbrengsteigendom financiert met een lening, verliest het fiscaal voordeel van de interestaftrek. Herbereken je rendement. Giften leveren voortaan 30 % belastingvermindering op in plaats van 45 %. En de maximumbedragen voor pensioensparen (€ 1.020 / € 1.310) worden niet meer geïndexeerd tot 2030.
7. Aanvullende gemeentebelasting
Bovenop de federale personenbelasting betaal je gemeentelijke opcentiemen. Het tarief varieert per gemeente (doorgaans tussen 0 % en 9 %). In Vlaanderen bedragen de gewestelijke opcentiemen 33,257 % (autonomiefactor 24,957).
De gemeente waar je op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd bent, bepaalt welk tarief van toepassing is. Verhuis je vóór die datum naar een gemeente met lagere opcentiemen, dan betaal je minder aanvullende belasting.
De werkelijke berekening is complex en individueel. Iedere situatie is anders: beroepsinkomsten, gezinstoestand, aftrekposten, voorafbetalingen – alles speelt mee. Laat je begeleiden door een erkend accountant.
© 2026 Fisc@West BV · Boekhouder123.be · Erkend accountantskantoor ITAA 10.358.384 · BE 0562.845.171
Geraadpleegde bronnen: art. 130–131 WIB 1992 (belastingschijven en belastingvrije som) · Wet houdende diverse bepalingen van 18.12.2025 (BS 30.12.2025) · FOD Financiën – belastingtarieven (fin.belgium.be) · Practicali – geïndexeerde bedragen AJ 2026 · Liantis – hervorming personenbelasting 2026.
personenbelasting België 2026 belastingschijven aanslagjaar 2026 belastingvrije som €10.910 progressieve belasting 25% 40% 45% 50% beroepskosten aftrekken voorafbetalingen bedrijfsvoorheffing gemeentelijke opcentiemen bijberoep belasting wet diverse bepalingen 2025 interestaftrek afgeschaft giften 30% pensioensparen bevroren accountant Veurne West-Vlaanderen Fisc@West Boekhouder123