Belastingcontrole:

 

De meeste controles door de fiscus worden op voorhand aangekondigd. Je krijgt een brief met daarop alle praktische gegevens, zoals waar en wanneer de belastingcontroleur langskomt, wat die zal controleren en over welke periode het gaat. In principe mag de belastingcontroleur niet zomaar je privé-woning bezoeken, maar als je bedrijf daar gevestigd is, heeft die natuurlijk niet veel andere keuze.  

 

Als het voorgestelde moment van de controle niet uitkomt voor je, neem je best zo snel mogelijk contact op met de Fiscus.

 

De fiscus kan ook een onaangekondigd bezoek  ( visitatierecht) vragen, maar enkel tijdens de kantooruren. De controleur moet hierbij de reden van zijn bezoek opgeven en ook zijn identiteit bewijzen. Je mag de toegang weigeren, maar meestal doe je dit beter niet.

Het visitatierecht wordt meestal gebruikt om na te gaan of de verplicht boeken aanwezig zijn, de geregistreerde kassa correct gebruitk wordt, enz..

 

Een belastingcontrole is geen huiszoeking. De fiscus moet de documenten aan jou vragen, en mag niet zomaar in je bureau of computer rondsnuffelen. je hebt te alle tijd het recht om een controle af te breken,

Behalve als er een sterk vermoeden van fraude is en de fiscus een politiebevel bijheeft,  kan je een controle niet tegenhouden, wenst de fiscus bovendien een woning te bezoeken dat moet dit tussen 5 uur 's morgen en 21 uur 's avonds.

Wat wordt er gecontroleerd?

Tijdens een belastingcontrole moet je alle inkomsten en uitgaven voor een bepaalde periode in jouw kantoor ter beschikking stellen. Dit zijn:

  • Aankoopfacturen
  • Bonnetjes
  • Verkoopfacturen
  • Bankafschriften
  • Ieder geschrift hoe gering ook, wordt in principe geacht een bewijsstuk te zijn om je inkomsten en je uitgaven te bepalen en moet kinnen worden voorgelegd

 

De fiscus kan tot 3 jaar teruggaan, en bij een vermoeden van fraude zelfs tot 10 jaar.

 

Dit is trouwens een goede reden om een altijd je  professionele bankrekening voor je onderneming te openen, ook als je een eenmanszaak hebt. Dan hoef je enkel je professionele rekening voor te leggen. Betaal je af en toe iets voor je zaak met je privérekening? Dat kan gebeuren, maar als er veel van deze privé betaalde onkosten in je boekhouding zitten, dan mag de fiscus ook deze rekening inkijken. 

 

Wat is een indiciaire afrekening ?

Bij een indiciaire afrekening zal de belastingadministratie nagaan of u voor een bepaald jaar niet meer heeft uitgegeven dan u heeft verdiend. Blijkt echter uit deze indiciaire afrekening dat  uw uitgaven groter waren dan uw inkomsten, dan heeft de fiscus al snel het vermoeden dat deze uitgaven werden betaald met “zwarte inkomsten”.
De fiscus mag, cfr. artikel 341 WIB, de belastingplichtige taxeren volgens teken en indiciën. Het befaamde artikel 341 luidt als volgt :

   “Behoudens tegenbewijs mag de raming van de belastbare grondslag, zowel voor rechtspersonen als voor natuurlijke personen, worden gedaan volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten.

   Wanneer het tegenbewijs van de belastingplichtige betrekking heeft op verkopen van roerende waarden of andere financiële instrumenten die hij zich als belegging heeft aangeschaft, hebben de ingeroepen aankoop- of verkoopborderellen of -documenten tegenover de Administratie der directe belastingen slechts bewijskracht indien ze de vermelding “op naam” dragen en zijn opgesteld ten name van de belastingplichtige of van de personen van wie hij de rechthebbende is.”

 

De fiscus zal dus nagaan of de inkomsten de uitgaven overtreffen.  Ze zullen eerst de uitgaven gaan bepalen. Deze kunnen bestaan uit de volgende bestanddelen :

  • Levensonderhoud : privé-uitgaven voor voeding, kledij, nutsvoorzieningen, vakanties, hobby’s, enz.;
  • Aflossingen leningen;
  • Betalingen levensverzekeringen;
  • Pensioensparen;
  • Betaling onderhoudsgelden;
  • Giften;
  • Toename van de bank- en spaarrekeningen;
  • Investeringen;
  • Toename van de voorraad;
  • Enz.

Deze kosten zal men moeten kunnen verantwoorden met de volgende inkomsten :

  • Winsten;
  • Geboekte afschrijvingen van het boekjaar;
  • Inkomsten als werknemer of als bedrijfsleider;
  • Afname bank- en spaarrekeningen;
  • Afname van de voorraden;
  • Ontvangen handgiften waarvan men een bewijs op naam kan voorleggen;
  • Enz.

Men zal dus altijd voorzichtig moeten zijn bij grote aankopen. Stel men koopt een appartement aan de kust voor 300.000 €, dan zal men deze aankoop moeten kunnen verantwoorden. Indien men hiervoor een lening heeft aangegaan, zal er niet onmiddellijk een probleem zijn. Indien men dit niet heeft gedaan, zal men dit anders moeten kunnen verantwoorden. Men kan bv een handgift van de ouders ontvangen hebben. Men moet dit wel kunnen bewijzen. Indien men dit met spaargeld gekocht heeft, moet men dit kunnen aantonen aan de hand van de stand van de spaarrekening. Men moet niet al de rekeninguittreksels voorleggen van de spaarrekening, het beginsaldo en het eindsaldo is voldoende. Indien hieruit blijkt dat de rekening met 300.000 € is gezakt, is dit voldoende.

Een indiciaire afrekening moet altijd over een volledig jaar gebeuren. Indien men dus investeringen heeft gedaan in januari kan men dit nog altijd perfect verantwoorden met inkomsten ontvangen in december van datzelfde jaar. Stel dat men een wagen aankoopt in januari 2011 voor 30.000 €, zonder hiervoor een lening af te sluiten, kan men dit nog altijd verantwoorden indien men een lening of een gift van de ouders krijgt in december 2011.

Houd er wel rekening mee dat de fiscus van buitenlandse rekeningen altijd al de rekeninguittreksels kan opvragen.

 

Opheffing bankgeheim?

Het fiscale bankgeheim inzake belastingscontrole houdt in, dat de administratie niet gemachtigd is in de rekeningen, boeken en documenten van de bank, wissel, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten.

Maar volgens het nieuwe artikel 322 WIB kan de fiscus niet alleen het bankgeheim opheffen indien er aanwijzingen bestaan van belastingontduiking maar ook indien de fiscus zich voorneemt om de belastbare grondslag te bepalen volgens artikel 341 WIB, dus indien zij een indiciaire afrekening wil maken.

 

Dus zelfs zonder ernstige aanwijzingen van belastingontduiking heeft de fiscus de mogelijkheid om inlichtingen in te zamelen bij banken, indien men voornemens is te taxeren volgens tekenen en indiciën.

 

Ook bij vragen vanuit het buitenland zal de fiscus het bankgeheim kunnen doorbreken. Dat geldt dan zowel voor vragen van de fiscus uit een ander EU-land als uit een land waarmee België een verdrag gesloten heeft over zogenaamde wederzijdse bijstand.

 

De fiscus kan echter niet achter uw rug naar de bank stappen en gegevens over u opvragen. Er wordt namelijk gewerkt met een getrapt systeem, waardoor zij eerst verplicht is om de informatie die zij wenst bij u op te vragen. Indien deze informatie onvoldoende zou zijn, kan zij verdere stappen ondernemen. De belastingcontroleur zelf is hiertoe niet bevoegd en zal eerst toestemming moeten vragen aan de gewestelijke directeur.

 

Kan u de fiscus inzage in  'privé'-rekeningen weigeren?

De belastingdiensten mogen normaal enkel uw beroepsrekeningen inkijken: zowel zicht-, spaar- als effectenrekeningen voor professioneel gebruik.

 

Wat een beroepsrekening is, hangt dus niet af van het type rekening, maar wel van het werkelijk gebruik. Vindt de fiscus één professionele verrichting vanuit een privérekening, dan wordt deze rekening beschouwd als een professionele rekening.

 

Omgekeerd kan de fiscus ook inzage vragen in uw privérekeningen als u uw professionele rekeningen zelfs maar één keer gebruikt voor privé-uitgaven. En dat gebeurt meer dan u denkt. Laten we even uitgaan van een situatie waarmee u als zelfstandige of bedrijfsleider zeker ooit te maken hebt gekregen of zult krijgen: uw kredietkaart op naam van de zaak gebruikt u in normale omstandigheden nooit privé. Behalve die ene keer, toen u uw eigen kredietkaart thuis had laten liggen.

 

Die privékosten verschijnen dus op de uittreksels van de beroepsrekening en worden bij een volgende fiscale controle uit de beroepskosten gehaald. Maar zelfs dan mag de belastingcontroleur de hele boekhouding onderwerpen aan een strenge controle, op zoek naar andere overdreven kosten en niet-aangegeven inkomsten. En u verzoeken om ook de privérekeningen te controleren.

 

Wat maakt van een bankrekening een beroepsrekening?

Dat is  in het fiscale jargon een 'feitenkwestie'. Het is aan de fiscus om, aan de hand van feitelijke omstandigheden, te bewijzen dat de omstreden privérekening wel degelijk beroepsmatig is gebruikt. En daar kan dus flink over worden gediscussieerd...

 

Zo’n dispuut met de fiscus kunt maar beter voorkomen. Door beroepsrekeningen strikt gescheiden te houden van privérekeningen, speelt u op zeker. En dus betaalt u een leverancier beter niet via een privérekening.

 

Een zelfstandige of een vennootschap mag wel een beroepsmatige zichtrekening hebben waarmee alle verrichtingen voor de zaak worden gedaan, en daarnaast een privéspaarrekening waarop overtollig geld van de zaak wordt overgeschreven. Dat is privéspaargeld op een rekening die de fiscus niet kan inkijken.

 

Die intresten zijn dan ook niet belastbaar zijn als een beroepsinkomen; u betaalt er 15 of 25% roerende voorheffing op. Interesten op een beroepsrekening daarentegen worden aanzien als belastbare beroepsinkomsten en ook als dusdanig belast, tegen wel de marginale aanslagvoet van maximaal 50 % (plus gemeentebelasting), en dat vanaf de eerste euro intresten.

 

Opereert u vanuit een vennootschap? Dan kunt u wel professionele kosten vanuit uw privérekening betalen zonder de fiscus de sleutel tot uw privérekeningen te geven, zolang u ze in de boekhouding opneemt via de lopende rekening-courant van uw onderneming. M.a.w. betaalt u een professionele factuur vanuit uw privérekening, geef deze factuur dan in als een boeking t.o.v. de rekening-courant. De rekening-courant is geen bankrekening, maar is een schuld van het bedrijf aan u. Zo schermt u uw privérekening af.

 

Gevolgen:

Bij vaststellingen van verkeerde aftrek - interpretatieverschillen - fouten gevolgd door een akkoord ondertekend door u of uw gemachtigde.

 

Als er geen akkoord werd bereikt, stuurt de administratie u een ‘bericht van wijziging’ via een aangetekende brief. Daarin vemeldt ze de motieven voor de wijziging van de inkomsten of andere elementen van uw aangifte.

 

U heeft een maand (te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de brief) de tijd om akkoord te gaan of uw opmerkingen te geven. Uw antwoord moet schriftelijk en ondertekend gebeuren. Bij gebrek aan een antwoord binnen de gewenste termijn gaat de administratie over tot een aanslag van ambtswege.

 

In geval van niet-akkoord onderzoekt de controleur uw argumenten. Als hij het nodig acht om de gevestigde aanslag geheel of gedeeltelijk te behouden, stuurt de controleur u, per aangetekende brief, een definitief antwoord waarin hij u informeert waarom hij geen rekening heeft gehouden met uw argumenten.

 

1)Een belastingssuplement, dit is een berekening van de nog niet betaalde belastingen

2)Een verhoging/boete

A. Overtreding te wijten aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige Nihil

B. Overtreding zonder het opzet de belasting te ontduiken

  • 1ste overtreding: 10%
  • 2de overtreding: 20%
  • 3de overtreding: 30%
  • 4de overtreding en volgende: Toepassing van punt C

 

C. Overtreding met het opzet de belasting te ontduiken

  • 1ste overtreding 50%
  • 2de en 3de overtreding 75%
  • 4de en 5de overtreding 100%
  • 6de en 7de overtreding 150%
  • 8ste overtreding en volgende 200%
  • gepaard gaande met valsheid of gebruik van valse stukken of met een omkoping of een poging tot omkopen van ambtenaren 200%

D. Ander boeten - klik hiet voor de lijst.

 

3) Interesten

Vanaf de dag waarop je normaal moest betaald hebben wordt er op de achterstallige som ( herberekening + boete) een intereste gerekend dit zijn, Nalatigheidsinteresten. Het gaat dan om de interesten die u moet betalen aan de fiscus als u een belasting of voorheffing te laat betaalt. Voor kalenderjaar 2024 bedragen deze net zoals de vorige jaren 4%.