Intresten op de lening die je geeft aan je eigen vennootschap? Kan dat?

 

Heeft je vennootschap extra financiering nodig, dan zijn er uiteenlopende opties: aankloppen bij een bank, investeerders zoeken, een kapitaalverhoging, enzovoort. Maar je kunt als vennoot ook zelf privégeld lenen aan je zaak. Dat je dan slechts 30% roerende voorheffing betaalt op de interesten die je vennootschap je terugbetaalt, is een duidelijk voordeel. Al moet je wel rekening houden met enkele fiscale valkuilen.

 

Uiteraard heb je goede redenen voor je lening, en zal je je lening niet gratis verstrekken. Hoeveel rente je mag vragen aan je vennootschap, hangt echter af van enkele parameters: de financiële situatie van je zaak, het al dan niet achtergesteld zijn van de lening enzovoort.

 

Rente-inkomsten of dividenden?

 

Interesten die je ontvangt, zijn roerende inkomsten belast aan 30%. In de regel wordt die belasting ingehouden door je vennootschap door de zogenaamde roerende voorheffing. Die is ‘bevrijdend’: je hoeft de interesten niet meer aan te geven in je aangifte van de personenbelasting. Voor je vennootschap zijn de interestbetalingen aftrekbare kosten.

 

Die voordelen verdwijnen echter gedeeltelijk als de fiscus je rente-inkomsten ‘herkwalificeert’ als dividenden. Ook hierop bedraagt de roerende voorheffing 30%, maar dividenden zijn geen aftrekbare beroepskosten voor je vennootschap. In dat geval zal je zaak dus meer vennootschapsbelasting moeten betalen.

 

Wanneer vindt een herkwalificatie plaats?

Een herkwalificatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Ten eerste moet de lening komen van jou als aandeelhouder of bedrijfsleider 1ste categorie (bestuurder of zaakvoerder), of van je echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner of minderjarig kind. Daarnaast moet het gaan om een ‘overdreven’ lening of interestvoet. Dat kan in twee gevallen:

  1. Het tarief van de gestorte interesten overschrijdt de op de markt toegepaste rentevoeten.
  2. Het totale leenbedrag is hoger dan de som van het fiscaal gestort kapitaal bij het einde van het boekjaar en de belaste reserves bij het begin van het boekjaar.

 

LET op! De grenzen zijn van toepassing op alle ‘vorderingen’ op de vennootschap. Ze zijn niet (meer) beperkt tot voorschotten of geldleningen. Indien je bijvoorbeeld iets verkoopt aan je vennootschap met uitstel van betaling, dan moet je die grenzen op die openstaande vordering ook respecteren.

 

Nieuwe definitie van marktrente

De markrente voor intresten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd (met uitsluiting van bepaalde intrestbetalingen tussen verbonden ondernemingen) is gelijk aan die de Belgische MFI-rente van de maand november van het voorgaande jaar verhoogd met 2,5%. De marktrente bedraagt zo 5,70% voor interesten die betrekking hebben op 2023.

Voor andere leningen geldt de intrestvoet die men zou moeten betalen voor een soortgelijke termijnlening bij een onafhankelijke kredietverstrekker, rekening houdend met de financiële toestand van de vennootschap, de looptijd van de lening, de waarborgen enzovoort.

 

Een voorbeeld: gedeeltelijke herkwalificatie

Je vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar € 8.000 aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van € 24.000. Als vennoot sta je een rekening-courant voorschot toe van € 48.000, aan een rente van 5,70%. Die rente is gelijk met de wettelijk bepaalde marktrente voor het jaar 2023.

  • Eerste grens: oké, geen herkwalificatie.
  • Tweede grens: (€ 48.000 – € 32.000) x 5,70% marktrente = € 912 boven het totale leenbedrag. 
  • Totaal: € 912 aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd.

 

Speciaal geval: meerdere bedrijfsleiders lenen

Lenen meerdere bedrijfsleiders geld aan de vennootschap, dan is het de som van alle voorschotten die in aanmerking komt voor de tweede grens. Een voorbeeld: je vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar € 14.000 aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van € 24.000. Vennoot A geeft een voorschot van € 26.000 en vennoot B van € 20.000, aan een rente van 4%. Die rente ligt onder de marktrente van 5,70% voor het jaar 2023.

  • Eerste grens: oké, geen herkwalificatie.
  • Tweede grens: (€ 46.000 – € 38.000) x 4% marktrente = € 320 aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd. Dit dividend zal vervolgens proportioneel verdeeld worden over de ontleners.

Met andere woorden, het gedeelte van de interesten dat geherkwalificeerd wordt tot een dividend bedraagt dus € 320 en is geen aftrekbare kost voor de vennootschap. De herkwalificatie heeft dus tot gevolg dat je vennootschap meer vennootschapsbelasting zal moeten betalen.

 

De anti-misbruikbepaling kijkt om de hoek mee..

Licht het er vingerdik op dat je de lening of rekening courant alleen in je vennootschap aanhoudt om bovengenoemde  fiscale optimalisatie techniek toe te passen, dan kan de fiscus de geboekte interest kosten verwerpen. dan ondergaat je dezelfde belasting als bij der herkwalificatie eventueel met een boete.

Dit kan voorkomen als je overschotten aan liquide middelen aanhoudt in je vennootschap, op spaarrekening of beleggingen, ook al zou je dit geld kunnen gebruiken om je duurdere lening terug te betalen.

Beleggen doe je sowieso beter in een privé-sfeer, zolang het niet speculatief is.

 

Alternatief?

Weet je van een bevriende zelfstandige, die ook geld in zijn (gezonde) onderneming nodig heeft? Overweeg dan om  eens privé een kapitaalsinjectie in elkaars vennootschap te doen ( zelfde bedrag, zlefde duurtijd, zelfde interest, zelfde terugbetalingsritme). Dit kan dan als een WIN-WIN-lening in de meeste gevallen en levert je een finaciele zekerheid en een fiscaal voordeel op en geen Herkwalificatie! ( WIN-WIN-WIN)