BTW actueel

BTW-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen

In het kort

Als je jaarlijkse omzet onder € 25.000 (excl. btw) blijft, kan je kiezen voor de btw-vrijstellingsregeling: geen btw aanrekenen, geen periodieke aangifte, maar ook geen btw-aftrek op aankopen. Let op: er zijn twee soorten uitsluitingen — bepaalde belastingplichtigen én bepaalde handelingen, waaronder gemeubeld logies op korte termijn. Sinds 2025 gelden nieuwe regels bij drempeloverschrijding en een jaarlijkse rapportageplicht.

In het kort

De btw-vrijstellingsregeling is bedoeld voor kleine ondernemingen waarvan de jaarlijkse omzet niet meer dan € 25.000 excl. btw bedraagt. Je rekent dan geen btw aan en dient geen periodieke btw-aangifte in — maar je recupereert ook geen btw op je aankopen. Sinds 1 januari 2025 gelden strengere regels bij overschrijding van de drempel en geldt er een nieuwe jaarlijkse rapportageplicht. Voor 2026 blijft de drempel € 25.000. De regering wil hem vanaf 2027 jaarlijks met € 1.000 verhogen tot € 30.000 in 2031; zolang die wet niet in het Belgisch Staatsblad verschenen is, geldt € 25.000.

Als je jaarlijkse omzet niet meer dan € 25.000 excl. btw bedraagt, kan je kiezen voor de btw-vrijstellingsregeling. Je rekent dan geen btw aan, maar kan ook geen btw recupereren. Hieronder lees je alles over de drempel, de gewijzigde tolerantieregels en de nieuwe rapportageplicht.


1. Wat is de btw-vrijstellingsregeling?

De btw-vrijstellingsregeling is een optioneel gunstregime voor kleine ondernemingen. De juridische vorm maakt niet uit: eenmanszaak, BV, VOF, VZW — zolang je jaarlijkse omzet onder de drempel van € 25.000 blijft.

Wettelijke basis: art. 56bis WBTW (Wetboek BTW)

Wat dit concreet betekent:

  • Je rekent geen btw aan op je facturen — “bruto is netto”.
  • Je dient geen periodieke btw-aangifte in.
  • Je hebt geen recht op btw-aftrek — de btw op aankopen is een kost.
  • Op elke factuur vermeld je verplicht: “Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen — art. 56bis WBTW”.

⚠️ Twee soorten uitsluitingen — verwar ze niet

Dit is de meest gemaakte fout bij deze regeling. Er zijn twee afzonderlijke lijsten, en wie er maar één van kent, trekt de verkeerde conclusie.

1. Uitgesloten belastingplichtigen — de regeling geldt voor niets van hun activiteit

  • Horecazaken met een geregistreerd kassasysteem (GKS)
  • Zelfstandigen die werken in onroerende staat uitvoeren (aannemers, klusjes, schoonmaak, tuinonderhoud …)
  • Activiteiten met betrekking tot de verkoop van oude materialen
  • Btw-eenheden

2. Uitgesloten handelingen — de regeling geldt niet voor die handeling, wel voor de rest

  • De levering van nieuwe gebouwen en de vestiging of overdracht van zakelijke rechten daarop
  • De intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen
  • De levering van tabaksfabrikaten
  • De levering van visserijproducten door vissers
  • ⭐ Het verschaffen van gemeubeld logies voor een periode van minder dan drie maanden in hotels, motels en inrichtingen met een soortgelijke functie waar gewoonlijk aan betalende gasten onderdak wordt verleend

Wat dit betekent voor vakantieverhuur. Verhuur je een vakantiewoning, gîte, gastenkamer of B&B op korte termijn met bijkomende diensten? Dan is er voor die activiteit géén drempel van € 25.000: je bent belast vanaf de eerste euro. De vrijstellingsregeling biedt hier geen uitweg.

Wie enkel de eerste lijst raadpleegt — die is korter en beter bekend — concludeert ten onrechte dat een kleine verhuurder onder de drempel kan blijven. Zie ons artikel BTW bij vakantieverhuur.

Twee gevolgen die je makkelijk mist:

  1. De uitsluiting werkt per handeling, niet per persoon. Verricht je één of meer van deze handelingen, dan kan je daarvoor de vrijstellingsregeling niet gebruiken — maar wel voor al je andere handelingen.
  2. Uitgesloten handelingen tellen niet mee voor de berekening van de € 25.000-drempel van die andere activiteiten.

Bron: art. 56bis §2 WBTW · FOD Financiën, brochure “9 vragen omtrent de vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen”, Sector btw, april 2026, vragen 2, 3 en 4.


2. Hoe bereken je de drempel van € 25.000?

De drempel van € 25.000 is niet geïndexeerd en geldt per kalenderjaar. Om te beoordelen of je onder de drempel valt, tel je enkel de omzet uit je Belgische activiteiten die aan btw zijn onderworpen. Bepaalde handelingen worden niet meegeteld, zoals vrijgestelde medische prestaties (art. 44 WBTW).

Omzet = meer dan je denkt. Ook huurinkomsten van onroerend goed tellen mee voor de berekening van de drempel.

Voorbeeld: Je hebt een bijberoepje van € 2.000/jaar én verhuurinkomsten van € 24.000/jaar. Je totale omzet is dan € 26.000 → je bent btw-plichtig voor je bijberoep.

⚠️ Uitzondering: omzet uit uitgesloten handelingen telt níét mee (zie hierboven). Verhuur je gemeubeld logies op korte termijn, dan blijft die omzet buiten de drempelberekening van je andere activiteiten — maar ze is zelf wel volledig belast.

Pro-rata bij opstart

Start je tijdens het lopende kalenderjaar? Dan wordt de drempel proportioneel verminderd naar het aantal kalenderdagen dat je actief bent.

Wettelijke basis: art. 56bis, §1, lid 2 WBTW

Rekenvoorbeeld pro-rata: Je start op 1 oktober (93 kalenderdagen resterend in het jaar). Drempel = € 25.000 × (93 ÷ 365) = € 6.369,86. Overschrijd je dit bedrag in die periode, dan val je uit de regeling.


3. Wat als je de drempel overschrijdt? (gewijzigd vanaf 2025)

Vóór 2025 bestond er een administratieve tolerantie waarmee je de drempel herhaaldelijk met maximaal 10% kon overschrijden zonder gevolgen. Die tolerantie is afgeschaft. Sinds 2025 gelden deze regels:

SituatieGevolg
Overschrijding ≤ 10% (max. € 27.500)Je mag de vrijstelling nog toepassen tot 31 december van het lopende jaar. Vanaf 1 januari volgend jaar ga je verplicht over naar de normale btw-regeling. Je meldt dit aan de btw-administratie vóór 15 december via formulier e604B.
Overschrijding > 10% (boven € 27.500)Je verliest de vrijstelling onmiddellijk, vanaf de handeling die de drempel doet overschrijden. Je moet vanaf dat moment btw aanrekenen.
Terugkeer naar vrijstellingPas mogelijk vanaf 1 januari van het tweede jaar na de wijziging van regeling, mits alle voorwaarden opnieuw vervuld zijn. Er geldt steeds een wachttermijn van minstens 1 kalenderjaar.

Voorbeelden overschrijding in 2025

Scenario A — overschrijding ≤ 10%: Je omzet bedraagt € 26.750 in 2025 (+7%). Je behoudt de vrijstelling in 2025, maar op 1 januari 2026 word je aan de normale btw-regeling onderworpen. Je kan ten vroegste op 1 januari 2027 terugkeren.

Scenario B — overschrijding > 10%: Je omzet overschrijdt € 27.500 in 2025 (+>10%). Je bent onmiddellijk btw-plichtig vanaf de handeling die de drempel overschrijdt. Je bent ook in 2026 onderworpen aan de normale regeling. Terugkeer: ten vroegste 1 januari 2027.


4. Nieuwe jaarlijkse rapportageplicht (vanaf 2025)

Vanaf 2025 geldt er een nieuwe meldingsplicht: je moet uiterlijk op 31 maart van elk jaar het totale bedrag van je leveringen van goederen en/of diensten doorgeven aan de btw-administratie — ook wanneer dit bedrag € 0 is.

RapporteringDeadline
Eerste rapportering (over kalenderjaar 2025)31 maart 2026
Volgende jaren31 maart van het volgende kalenderjaar

De eerste rapportering (over kalenderjaar 2025) moet dus uiterlijk 31 maart 2026 worden ingediend. De exacte modaliteiten worden bekendgemaakt op de website van de FOD Financiën.

Naast de nieuwe rapportageplicht geldt nog steeds:

  • Een jaarlijkse klantenlisting indienen — tenzij het een nihil-listing betreft (die hoeft niet meer).
  • Een bijzondere btw-aangifte (formulier 629) als je intracommunautaire verwervingen hebt of diensten waarvoor je schuldenaar bent van de btw.

5. Voordelen en nadelen van de vrijstelling

VoordelenNadelen
Lagere prijzen voor particuliere klanten — “bruto is netto”Geen btw-aftrek op aankopen en investeringen — de btw is een extra kost
Geen kwartaalaangifte = minder administratie en boekhoudkostenBij overschrijding van de drempel moet je je prijzen optrekken met btw
Geen discussies over het toepasselijk btw-tariefBuitenlandse leveranciers die onterecht btw verleggen → bijzondere aangifte nodig
Als starter: eerste jaar sparen door onder de drempel te blijvenBij grote investeringen mis je potentieel aanzienlijke btw-recuperatie

6. Hoe vraag je de vrijstelling aan?

De vrijstellingsregeling is niet automatisch — je moet er actief voor kiezen:

  • Bij opstart: kies voor de vrijstelling bij het indienen van formulier e604A (aanvang activiteit) via MyMinfin.
  • Als bestaande onderneming: dien formulier e604B in vóór 1 juni van het jaar (ingangsdatum: 1 juli) of vóór 15 december (ingangsdatum: 1 januari volgend jaar).
  • Blijf je dagontvangsten nauwgezet bijhouden — weliswaar zonder btw-tarief.
  • Vermeld op elke factuur: “Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen — art. 56bis WBTW”.

Vrijwillig terugkeren naar de normale regeling

Je kan altijd vrijwillig overschakelen naar de normale btw-regeling (via formulier e604B). De wijziging gaat in na het verstrijken van de maand volgend op de aangifte. Let op: na een vrijwillige uitstap kan je pas op 1 januari van het derde jaar erna terugkeren naar de vrijstellingsregeling.


7. Geplande verhoging: stapsgewijs van € 25.000 naar € 30.000 (2027–2031)

In april 2026 keurde de regering (De Wever I) een voorontwerp goed om de drempel van de btw-vrijstellingsregeling geleidelijk te verhogen: vanaf kalenderjaar 2027 komt er elk jaar € 1.000 bij, tot € 30.000 in 2031 (dus € 26.000 in 2027, € 27.000 in 2028, enzovoort). Voor 2026 blijft de drempel € 25.000.

Het regeerakkoord vermeldt daarnaast dat de berekeningswijze van de drempel zal worden aangepast. De exacte modaliteiten zijn nog niet bekend.

In de praktijk: Zolang de wet niet gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad, blijft de drempel € 25.000. Hou dit in de gaten voor klanten die net boven die drempel zitten — als de verhoging er komt, kunnen zij mogelijk (opnieuw) van de vrijstellingsregeling genieten.


8. Praktische tips

Vrijstelling of niet — hoe maak je de afweging?

  • Veel particuliere klanten? → De vrijstelling kan een cash-out-besparing opleveren, want jouw prijs is “al-inclusief” en dus concurrerender.
  • Grote investeringen in de eerste jaren? → Dan kan btw-recuperatie wél voordelig zijn. Reken dit door met je boekhouder.
  • Buitenlandse aankopen? → Zorg dat je altijd duidelijk maakt dat je geen recht op btw-aftrek hebt, anders riskeer je een bijzondere btw-aangifte.

Praktisch:

  • Hou je omzet doorlopend bij — wacht niet tot het einde van het jaar.
  • Contacteer onmiddellijk je boekhouder en btw-kantoor als je de drempel nadert.
  • Vergeet de nieuwe rapportageplicht niet: jaarlijks vóór 31 maart.
  • Bewaar een schriftelijke bevestiging van je btw-statuut bij de FOD Financiën.

Twijfel je of de vrijstellingsregeling iets voor jou is? Neem contact op met Fisc@West — we rekenen het voor je door.

Bekijk onze tarieven · Contacteer ons

Hulp op afstand